Welkom.Over ons.PvdA.Politiek.Links.Contact.
Ter nagedachtenis van Ludo Martens (1946-2011)


Zondagmorgen 5 juni is onze kameraad Ludo Martens overleden na een langdurige ziekte. Ludo stond aan de basis van de stichting van de Partij Van De Arbeid, waarvan hij ook jarenlang voorzitter was. Hij stond bekend als gedreven en erg streng. “Geen middelmatigheid. Men moet de lat hoog leggen, nauwgezet en ernstig studeren en werken”, was zijn visie. Vaak koppig ook, was hij, maar niet te beroerd om zijn eigen fouten te erkennen. En hij stond steeds open voor ervaringen van over de hele wereld. Ludo Martens werd 65. Hij laat twee kinderen achter: Amada en Jokoba.

Ludo Martens (1946-2011)
Ludo Martens groeit, als oudste zoon van een meubelmaker, op in het kleine West-Vlaamse Wingene. Als scholier was hij gepassioneerd door taal, en werd hij hoofdredacteur van het blad voor het Algemeen Beschaafd Nederlands (ABN). Die liefde voor taal zal hem bij blijven, in de stijl die hij geleidelijk uitzet. Het schetsen van engagementen, van mensen en hun leefomgeving, van het kleine verzet, de nederlagen, de weerstand en de overwinningen.
Met dat talent zal hij later Abo, een vrouw in Congo, een literair geuzenboek over het verzet tegen de meedogenloze dictatuur van Mobutu, optekenen. Ludo weet de lezer mee slepen in zijn sympathie voor een volksvrouw, die door de strijd van Pierre Mulele tegen de dictatuur het voorplan van de politieke scène kwam te staan. De Internationaal Nieuwe Scène zal het boek nadien op toneel zetten, begeleid door de percussie van Chris Joris, vriend van jazzliefhebber Ludo Martens. Schrijven is zich engageren. In 1994 zal hij samen met de zwarte Amerikaanse dichter Amiri Baraka (LeRoi Jones) lezingen organiseren over ‘kunst in een naar rechts oprukkende wereld’. De lezingen worden vertaald in een Manifest voor een internationalistische poëzie met de droom “geëngageerde dichters uit de hele wereld te verbinden tot een tegenstroom”.

Ludo als oprichter van de Studentenvakbeweging (SVB)
In 1965 trekt de jonge student Ludo Martens naar Leuven om geneeskunde te studeren. Als sociaal engagement. Hij is talentvol, en zowel medestudenten als professoren zien in hem een uitstekend toekomstig dokter. Maar het loopt anders, want Ludo is de man er niet naar om een rustige universitaire carrière uit te bouwen. Hij wordt actief in de grootste studentenorganisatie van die tijd, het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond. Het KVHV was toen de motor van de beweging voor ‘Leuven Vlaams’. Samen met onder meer Walter De Bock en Paul Goossens (beiden nadien journalisten bij De Morgen), en Herwig Lerouge bezielde hij de studentenbeweging meteen met een nieuwe richting. Tegen de conservatieve en bekrompen ideeën in, weet Ludo Martens een vooruitstrevend, open en internationalistische richting aan te geven. De groeiende progressieve stroming wordt vertaald in de Studentenvakbeweging (SVB). Het hatelijke ‘Walen buiten’ wordt vervangen door ‘bourgeois buiten’. Niet alleen het Franstalige katholieke establishment wordt geviseerd, maar ook de Vlaamse bourgeois en het elitaire karakter van de Vlaamse universiteit waar je bijna geen arbeiderskinderen tegenkomt.
Dat schiet in het verkeerde keelgat van de clerus, van de academische overheden en van nationalistisch rechts. Alles wordt in het werk gesteld om de groep rond Ludo te laten verwijderen uit de beweging, en uit de door hem geleide krant Ons Leven. Zij slagen daar uiteindelijk in na het verschijnen van een nummer van Ons Leven dat vooral ging over de pedofilie in de kerk. Dat onderwerp was toen nog zo’n taboe dat de universitaire overheid zijn artikels in Ons Leven als voorwendsel kan gebruiken om hem van de universiteit uit te sluiten.

Tegen alles wat ons verdeelt: stop nationalisme, stop racisme
De strijd tegen het bekrompen nationalisme in ons land is sindsdien een rode draad in het werk en het leven van Ludo Martens. Achter het separatisme schuilt een gevaarlijke antisociale en antisyndicale agenda, zal hij meermaals zeggen. En als andere partijen zich de ene na de andere op taalbasis opsplitsen, blijft de PVDA onder zijn leiding als enige een eengemaakte nationale partij, waar de leden van alle regio’s samenwerken voor dezelfde bevrijding.
Niet alleen het enge nationalisme is een doorn in het oog van de jonge Ludo Martens. Ook het racisme, dat het volk verdeelt. Op de universiteit trekt hij de beweging open naar de bevrijdingsbeweging van de zwarten in de Verenigde Staten. En veel later, na de eerste zwarte zondag – de electorale doorbraak van het Vlaams Blok in 1991 – wordt hij een van de initiatiefnemers van de beweging voor gelijke rechten. Met Objectief 479.917 probeert hij om 479.917 handtekeningen op te halen voor het recht op de Belgische nationaliteit voor de migranten die minstens vijf jaar in België verblijven. Even veel handtekeningen als het stemmenaantal voor extreemrechts. Terwijl pessimisten zeggen dat dit onmogelijk is, trekken duizenden actievoerders van alle horizonten en van alle leeftijden de straat op. Zij verzamelen meer dan een miljoen handtekeningen. Samen met tien migrantenmeisjes schrijft hij het boek Tien gekleurde meisjes als een wapen in de strijd tegen het racisme.

Arbeiders en studenten: één front
De ontmoetingen uit de periode van mei ‘68 hebben op een beslissende manier zijn denken en handelen beïnvloed.
In Berlijn ontmoet hij Duitse marxistische studenten die hem in contact brengen met de teksten van Marx en Lenin. Ludo inspireert zo ook de Studentenvakbeweging in ons land, en weet de blik van de studerende jeugd te verruimen naar de wereld van de arbeid: Arbeiders-Studenten: één front!
Ludo maakte duidelijk dat de echte vrijheid van intellectuelen erin bestaat te verstaan hoe de samenleving in elkaar zit, waar het onrecht vandaan komt, welke de wetten van de geschiedenis en van de verandering zijn en dan daarnaar te handelen. Wanneer de arbeiders van de ABR-fabriek in Leuven in staking gaan, verklaren de jonge studenten van de SVB zich solidair. Dat is een hele omwenteling in de rechtse universiteit. Want nog geen tien jaar eerder, in 1960, hadden de KVHV-leden nog als stoottroepen dienst gedaan tegen de stakingspiketten van 1960-1961 (de eenheidswet). De Studentenvakbond heeft het tij weten te keren, en er zullen veel solidariteitsbewegingen volgen, onder meer met de arbeiders van Ford Genk.
Na zijn verbanning van de KUL, trekt Ludo Martens naar de Rijksuniversiteit Gent (RUG), waar de studentenbeweging zich doorzet. Ludo wordt een van de leiders van de strijd tegen de censuur aan de universiteit. De Gentse Studentenbeweging (GSB), met onder meer Renaat Willockx en Bob Roeck, schrijft zich snel in in de globale beweging voor een democratische universiteit, en ontwikkelt een actieve solidariteit met de werkende bevolking.

De oprichting van een arbeiderspartij
Ludo is er zich echter van bewust dat de bepalende levenskeuze voor studenten zich vooral stelt op het einde van hun studies. Welke keuze maken we in ons leven? Hoe behouden we ons maatschappelijk engagement? In dat debat onder linkse studenten is de invloed van Ludo Martens bepalend. Samen bestuderen ze onder meer Wat te doen? van Lenin. En verschillende jongeren besluiten om in de fabriek te gaan werken. Maar eenmaal in de fabriek, ‘wat gaan we daar doen?’, is de vraag.
In januari 1970 gaan 25.000 mijnwerkers in een zes weken durende wilde staking. Tegenover de nationalistische invloed die de Volksunie (de voorloper van de N-VA) in de mijnen heeft, wordt de Mijnwerkersmacht opgericht, een stakerscomité waar jonge mijnwerkers, sociaal voelende studenten en leden van de Studentenvakbond elkaar vinden. Kris Hertogen ontpopt zich als boegbeeld.
Tegen de achtergrond van een moeilijke en lange staking woedt een ander debat. Moeten overal nieuwe stakerscomités worden opgericht, om tot een strijdbare vakbond te komen? Of moet geprobeerd worden om de fusie tussen de arbeidersbeweging en de geëngageerde studentenbeweging duurzaam te vertalen in een arbeiderspartij? Na heel veel discussies, en onder beslissende invloed van Ludo Martens, wordt gekozen om een nieuwe partij op te richten. Een partij van de werkende klasse, geen vakbond. Met een nationale krant, de huidige Solidair, niet met een bulletin dat louter ervaringen coördineert. Alle Macht Aan De Arbeiders, AMADA, is geboren en zal na tien jaar voorbereidend werk in 1979 uiteindelijk omgedoopt worden tot een volgroeide arbeiderspartij, de PVDA. Een partij in dienst van het volk, dat is de ambitie.
Uit dat concept wordt in 1971 ook Geneeskunde voor het Volk geboren, met Kris Merckx die in de arbeiderswijken van Hoboken een groepspraktijk met gratis eerstelijnsgezondheidszorg uitbouwt. Geneeskunde voor het Volk telt ondertussen 11 gezondheidscentra, waar 60 zorgverstrekkers meer dan 25.000 patiënten verzorgen. De PVDA telt vandaag meer dan 4.500 leden, is actief in 30 steden en in 120 bedrijven en kantoren, zowel in Vlaanderen, in Brussel als in Wallonië. In zijn boek De Partij van de revolutie laat Ludo Martens zijn erfenis na over zijn dertig jaar ervaring van strijd voor de oprichting van een communistische arbeiderspartij.

Ludo: gedreven, en erg streng op het studiewerk
In de jonge partij hamert Ludo op doorgedreven, concrete studie op basis van feiten. Hij voert strijd tegen het dogmatische holle discours dat soms te horen valt. Er moet een open geest zijn, en men moet leren wat er te leren valt. Zo tekent hij in 1988 in Tien jaar revolutie in Congo. De strijd van Patrice Lumumba en Pierre Mulele het leven op van de Congolese revolutionair Pierre Mulele. Hij consulteert tal van experts, ook diegenen met wie hij grondig van mening verschilt. Die stijl herneemt hij later bij het werk over Kabila. Hij luistert naar niet minder dan 1.500 getuigen, en noteert alles nauwgezet in zijn typische kleine schriftjes. Ludo is gedreven en erg streng. Geen middelmatigheid, iedereen moet proberen zichzelf te overtreffen. Men moet de lat hoog leggen, nauwgezet en ernstig studeren en werken, zo klinkt zijn visie op kaderpolitiek.
Ludo is streng, vaak koppig, maar niet te beroerd om ook zijn eigen fouten te erkennen. Wanneer de mijnstaking van 1971 niet door de vakbonden wordt erkend, zal dat de jonge partij-in-opbouw tot een koers tegen de vakbond leiden. De staking van de scheepsbouwers op Boel Temse bewijst echter dat het ook anders kan. Een strijdbare en democratische vakbondsdelegatie, die in eenheidsfront de steun heeft van alle arbeiders. Die ervaring overtuigt Ludo om het debat aan te gaan. Geen antisyndicalisme, maar de progressieve krachten in de vakbond versterken en de vakbeweging steeds beschermen tegen de aanvallen van rechts en van het establishment. Leren uit de ervaringen, en de fouten bijschaven.

De fluwelen contrarevolutie
Vanaf de jaren 60 zien de jonge oprichters van de PVDA hoe in de Sovjet-Unie de marxistische principes stap voor stap verwateren, hoe het regime verwijderd is van het volk en zich wentelt in steeds meer privileges, hoe ook de internationale solidariteit wordt uitgehold in een politiek van verzoening met het imperialisme. Het revisionisme van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie wordt zwaar onder vuur genomen, en dat leidt tot vaak erg bitsige conflicten met de Kommunistische Partij in ons land. Onder invloed van China wordt zelfs gesteld dat de Sovjet-Unie onherroepelijk de verkeerde weg is opgegaan, en zichzelf imperialistisch is gaan gedragen. Wanneer midden jaren 80 in Moskou het debat wordt geopend, aarzelt Ludo niet om de standpunten van de partij opnieuw kritisch te onderzoeken. De kritiek op de sclerose van het systeem en het uithollen van de principes blijven, maar de werkelijkheid is genuanceerder dan een simplistische of gauchistische analyse. Wanneer het kapitalisme echt zou binnendringen in de Sovjet-Unie, zou dit een ramp zijn voor miljoenen mensen in het Oosten, maar ook voor de arbeidersbeweging hier. Dat wordt de centrale stelling van het boek De Fluwelen contrarevolutie, die de fluwelen omwenteling in het Oosten nauwgezet analyseert. In andere boeken en artikels neemt Ludo de verdediging op van wat volgens hem onbetwistbare realisaties zijn van de verschillende socialistische landen, maar zonder blind één ervaring te volgen, zoekt hij tegelijk naar de oorzaken van de ontaarding. Die analyses hebben communisten over de hele wereld geïnspireerd om de balans op te maken van de eerste ervaring met de opbouw van het socialisme in de recente geschiedenis. Die oriëntatie ligt ook aan de basis van het jaarlijkse Internationaal Communistisch Seminarie, dat in tijden van globalisering wil bijdragen aan de uitwisseling en versterking van de communistische wereldbeweging.

Samenwerken met mensen van een ander gedacht
Ludo had principes die hij nooit zou opgeven. Maar in Leuven heeft hij geleerd een brede beweging te leiden. Hij leert bondgenootschappen te sluiten, samen te werken met mensen van een ander gedacht. Wanneer in 1986 het water aan de lippen van de noodlijdende krant De Morgen komt te staan, lanceert hij een steunoproep en beslist hij om de hele partij te mobiliseren voor deze campagne. Tal van mensen hebben met Ludo grondig van mening verschild, maar bijna allen getuigen van zijn respect in de wederzijdse samenwerking.
Dat zal ook een leidraad zijn van zijn handelen in de partij. De discussie niet schuwen, steeds nuchter blijven (sommigen liepen het plafond op van die zakelijkheid), maar tegelijkertijd steeds de argumenten zoeken, en de ideeën bijstellen. Een meningsverschil is een meningsverschil, en ook niet meer dan dat. Ludo zocht altijd naar de manier om iedereen de plaats te geven waar hij het beste van zichzelf kon geven. Hij was ervan overtuigd dat de bekwaamheid om samen te werken met mensen met een andere achtergrond en met andere capaciteiten de PVDA in staat heeft gesteld haar organisatie bijeen te houden, terwijl de meeste organisaties die uit mei 68 zijn voortgekomen, na enkele jaren zijn verdwenen als gevolg van interne spanningen en ruzies.
Op de verschillende congressen van de partij wordt Ludo Martens steeds herverkozen als voorzitter. Niet in de eerste plaats wegens zijn historische verdiensten, maar om de projecten en impulsen waarmee hij de partij richting blijft geven. Hij blijft een man van tomeloze ambitie. Toch vraagt hij, vanaf 1999, aan de partijleiding om vooral actief te kunnen zijn in Congo. Dat moet ook de kans en de ruimte geven aan nieuwe kameraden om de partij te leiden. Tussen 1999 en 2003 leidt Nadine Rosa-Rosso, als algemeen secretaris, de partij. Vanaf 2004 zal een Dagelijks Bestuur met Boudewijn Deckers, Lydie Neufcourt en Peter Mertens de partij leiden. In 2008 wordt dan Peter Mertens als nieuwe voorzitter van de partij verkozen op het partijcongres.
Wat wellicht minder bekend is, is dat Ludo zelf de eerste steen heeft gelegd voor de grondige partijvernieuwing. In 1999, voor hij naar Congo vertrok, maakte hij na de slechte verkiezingsuitslag een uitvoerig document over het diepgeworteld sectarisme in de partij. De partij moest af van het ‘grote gelijk’ en het ‘belerende vingertje’, zo vond hij, en moest een meer eigentijdse, open partij worden zonder haar principes te verloochenen. Het is die vernieuwing die tussen 2004 en 2008 werd uitgediept, en op het partijcongres in 2008 werd aangenomen. In de periode daarna verdrievoudigde de PVDA haar ledenaantal tot 4.500 leden.

Congo: de geschiedenis teruggeven aan wie ze maakt
Achter het soms strenge uiterlijk van Ludo, schuilt een man die altijd open is voor ervaringen van over de hele wereld. Het is in discussies met de Latijns-Amerikaanse studenten van Leuven dat Ludo en de linkse generatie ook de strijd van Che Guevara leren kennen, en de ervaringen die Mao Zedong bundelde in de strijd tegen het kolonialisme en het imperialisme. Die onvoorwaardelijke internationale solidariteit, die ook in de solidariteit met het Vietnamese volk tot uiting kwam, zal Ludo blijven typeren. De studentenleider van de jaren 60, die met zijn capaciteiten gemakkelijk een burgerlijke carrière had kunnen uitbouwen – niet weinigen van zijn compagnons de route van mei ‘68 hebben nadien deze weg gekozen – kiest bewust voor een sober leven. Hij laat zich niet verleiden door dure salarissen, of uiterlijk vertoon. Zijn blik is die van de wereld, zijn levensstijl is eenvoudig. Dat is ook zo in Congo, waar hij vanaf 1999 het laatste decennium van zijn actieve leven doorbrengt.
In 1968 is de jonge Ludo er reeds van overtuigd dat wij, als revolutionairen en antikolonialisten de plicht hebben om de bevrijding van het Congolese volk te steunen. Het Belgische kolonialisme was bijzonder wreed, het had de Congolezen ook geen kans gegeven om te studeren. Dat is deels de voedingsbodem voor de catastrofale situatie van het rijke Afrikaanse land. Door het gebrek aan kaderleden heeft Mobutu in zijn regeerperiode een laag van gecorrumpeerde politici kunnen creëren, die altijd bereid waren om de rijkdommen van hun land aan westerse bedrijven te verpatsen. Ludo engageert zich om de bevrijding actief te helpen. Hij springt Congolezen bij die ernaar uitkijken om hun land uit het moeras te trekken en om weer aan te knopen met het revolutionaire verleden van Congo. De geschiedenis teruggeven aan wie ze maakt. Dat was de doelstelling van zijn boeken over Pierre Mulele, over Abo en over Laurent-Désiré Kabila, waarvan de experts de grondigheid erkennen en de tegenstanders de geduchte efficiëntie. Helaas kon hij door zijn ziekte dat werk niet meer afmaken.
Vandaag moeten wij helaas de geschiedenis teruggeven aan Ludo zelf. Maar zijn boeken, de organisaties die hij heeft helpen oprichten en de duizenden militanten die hij wereldwijd heeft geïnspireerd, vormen stevige fundamenten om de strijd voor de bevrijding verder te zetten.